 |

| |
De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard
De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard wou graag de hand van de prinses vragen, dus hij ging naar de koning.
Hij moest eerst langs de 3 wachters. De eerste wachter vroeg: “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de tweede wachter. Die vroeg ook: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de derde wachter. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de koning.Die vroeg: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard vertelde dat hij graag met de prinses wou trouwen, en vroeg wat hij daarvoor moest doen. De koning antwoordde:”Je zult de 2 heksen en de driekoppige draak moeten verslaan.” De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard ging dus op weg.
Hij kwam bij het hutje van de 2 heksen. De eerste heks vroeg : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Toen kwam hij bij de tweede heks. Die vroeg ook: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf.
Toen ging hij naar de driekoppige draak. De eerste kop werd wakker. Die vroeg: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Toen werd de tweede kop wakker. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Toen werd de derde kop wakker. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Dus hij ging terug naar het kasteel. Toen kwam hij weer bij de drie wachters. De eerste vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. Hij mocht erdoor. Toen kwam hij weer bij de tweede wachter. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de derde wachter. Die vroeg OOK weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Hij mocht erdoor. Toen hij bij de koning kwam, vertelde hij dat hij de 2 heksen en de driekoppige draak had gedood, en dat hij nu de hand van zijn dochter mocht vragen. De koning antwoordde: “Dat is allemaal wel leuk en aardig, maar ik heb helemaal geen dochter!”
Bin - Laden!
De meneer Bin zit in het leger. Roept de commandant tegen hem : Bin Laden!
Drie handgranaten
Twee soldaten vinden 3 handgranaten ze brengen het naar de kazerne. Onderweg zegt de ene : wat doen we als er 1 ontploft? Zegt de andere : dan zeggen we dat we er maar 2 gevonden hebben.
|
|
|
 |