 |

| |
Bedankt
Er liep een echtpaar te wandelen op de Grebbeberg. Ze gingen een restaurant binnen om een hapje te eten. Toen de ober kwam zei de vrouw: "Mijn man heeft hier in de oorlog gevochten op de Grebbeberg." De ober was onder de indruk en vertelde zijn baas het verhaal. "Breng deze mensen wat ze willen eten en drinken, alles is voor hen gratis!" zei de baas van het restaurant. Het echtpaar liet het zich goed smaken. Bij het weggaan draaide de man zich om en riep naar de ober: "Danke schön!"
De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard
De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard wou graag de hand van de prinses vragen, dus hij ging naar de koning.
Hij moest eerst langs de 3 wachters. De eerste wachter vroeg: “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de tweede wachter. Die vroeg ook: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de derde wachter. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de koning.Die vroeg: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard?””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard vertelde dat hij graag met de prinses wou trouwen, en vroeg wat hij daarvoor moest doen. De koning antwoordde:”Je zult de 2 heksen en de driekoppige draak moeten verslaan.” De Roodwit-Ridder op Zwartwit paard ging dus op weg.
Hij kwam bij het hutje van de 2 heksen. De eerste heks vroeg : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Toen kwam hij bij de tweede heks. Die vroeg ook: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf.
Toen ging hij naar de driekoppige draak. De eerste kop werd wakker. Die vroeg: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Toen werd de tweede kop wakker. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Toen werd de derde kop wakker. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Tsjak, kop eraf. Dus hij ging terug naar het kasteel. Toen kwam hij weer bij de drie wachters. De eerste vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.”. Hij mocht erdoor. Toen kwam hij weer bij de tweede wachter. Die vroeg ook weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Hij mocht erdoor. Toen kwam hij bij de derde wachter. Die vroeg OOK weer: : “Wie ben je?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wie?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””Wat?””Ben de Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.””O, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard!””Ja, Roodwit-Ridder op Zwartwit paard.” Hij mocht erdoor. Toen hij bij de koning kwam, vertelde hij dat hij de 2 heksen en de driekoppige draak had gedood, en dat hij nu de hand van zijn dochter mocht vragen. De koning antwoordde: “Dat is allemaal wel leuk en aardig, maar ik heb helemaal geen dochter!”
Bin - Laden!
De meneer Bin zit in het leger. Roept de commandant tegen hem : Bin Laden!
|
|
|
 |